Nog vragen
Gesprekje met Herman van Veen
V: Wat kunnen we in Carré verwachten?
A: Hopelijk een onvergetelijke avond. Gepresenteerd door 4 hardwerkende artiesten en evenveel theatertechnici, die er alles aan zullen doen de mensen zonder scrupules te vermaken, de tijd doen vergeten, met zaken die ons aan het hart gaan.
V: Uw onderwerpen?
A: Probeer het persoonlijke met het politieke te vervlechten. Met de uitdrukkelijke opdracht te entertainen. De mensen een wereldavond te zingen. De kracht van onze kunst is een indirecte kracht. Dat heb ik te respecteren. Ben buiten mijn vak activist. Op het toneel is dat per definitie saai.
Je kunt kunst mijns inziens niet aanwenden om de wereld te verbeteren. Als je zonodig moet vertellen dat de mensen aardig dienen te zijn voor zielige kinderen, dan wordt het een vervelende aangelegenheid.
Onze opdracht is vooral om tot een waarachtige ontmoeting met het publiek te komen, en ontmoeting die hopelijk leidt tot inzicht. Dat inzicht kan zich vervolgens uiten in lachen, janken, applaudisseren, stampen, meezingen. Het hoofddoel is altijd: entertainen. Wil de mensen in wezen een onvergetelijke avond bieden. Steken ze er iets van op, dan is dat meegenomen.
V: Activist?
A: Ja, zet me al meer dan veertig jaar in voor de rechten van het kind, die wereldwijd met voeten worden getreden. Draag daar waar ik kan, de kinderrechten uit en initieer mondiaal met anderen kleinschalige voorbeeldprojecten, om die rechten handen en voeten te geven. Op dit moment hebben een miljárd kinderen een raadselachtige toekomst. Geen mens kan garanderen dat ze ouder worden dan twaalf jaar. Dat zegt veel over onze beschaving. Twintig procent van de wereldbevolking lijkt er op dit moment feitelijk niet toe te doen. Maar ik ben er echt van overtuigd dat de wereld pas een kans heeft als het de kinderen goed gaat. Niet andersom.
V: Dit voorjaar verschenen er van uw hand twee boeken. ‘Goeie genade’ en ‘Medemens’.
A: ‘Goeie genade’ gaat in wezen over mijn grootvader voor wie de bijbel heilig was. Dat eigenaardige boek dat hij ons voorhield als de onfeilbare bron van ons zedelijk gedrag en leefregels. Voor mij zijn religieuze teksten mytisch. Net als gedichten moet je ze niet letterlijk nemen. Zie religie vooral als een waarheid die dieper gaat, dan mijn directe waarneming. ‘Medemens’ is een boek dat ik schreef over mijn veertig jarige ervaring in het ontwikkelingswerk. Het zingen brengt mij op vele plekken in de wereld. Steden, dorpen en gehuchten. We spelen in grote en kleine theaters. Op pleinen, practicables en planken in krottenwijken. Zodoende ontmoet ik alle mogelijke mensen. Een aantal van hen worden in dit boek beschreven.
V: Veertig jaar in het vak. Nooit zat?
A: Zeker wel. Denk zo af en toe voor een voorstelling: ‘zou iemand het van me kunnen overnemen?’ Heeft meestal te maken met de beroerde omstandigheden waarin je soms moet werken. Gore kleedkamers, onverschillig theaterpersoneel, stinkende toiletten, vermoeidheid.
Maar loop ik dan in het witte licht het toneel op, zie ik al die nieuwsgierige mensen, dan vind ik het weer een prachtig avontuur. Iets dat ik voor geen prijs zou willen missen. Het is een groot geluk te kunnen zingen.
V: Carré?
A: Het is de enige plek ter wereld waar wij zó intensief en zó lang achter elkaar spelen. Eenendertig voorstellingen. Het betekent vooral dat je fysiek goed beslagen ten ijs dient te komen. Niet te veel borrels bijvoorbeeld, wat ik wel jammer vind.
V: Bent u veranderd?
A: In wezen, denk ik niet. Feitelijk wel. Zong je vroeger over later, zing je nu vaker over vroeger. Waarmee ik niet de oude liedjes bedoel. Zing en vertel over wat er nu speelt, eigenlijk als een dagboek. Minder dan vroeger over wat er zou moeten spelen. Je was toen natuurlijk overmoediger. Ga economischer met mijn krachten om. Dat is overigens geen vrije keuze. De jaren tellen. Spring niet meer in een karperduik van het toneel. Ga ook niet meer zo vaak door de klok van twaalf met de toegiften. Heb nog geen drastische problemen. Ervaar er ook wel de voordelen van. Je hoopt natuurlijk nooit dood te gaan, dus dat gaan we proberen te vermijden. Ouder worden heeft indrukwekkende aspecten. Merk dat ik mijn ouders bijvoorbeeld steeds beter ben gaan begrijpen. Die mensen gonzen maar door in mijn hoofd. Zij zijn nooit écht overleden.