
Alfred J. Kwak is het geesteskind van Herman van Veen. Hij bracht de eend met toneel en zang tot leven tijdens zijn theatervoorstellingen. De voorstellingen bekoorden kind en volwassene en de eend groeide uit tot een van de gezichtsbepalende figuren van onze generatie. In 1991 kreeg Herman de Goldene Kamera voor Alfred J. Kwak.
Terwijl we ouder werden en Alfred J. Kwak langzaamaan werd ingeruild voor tienerseries kwamen we er achter dat Herman van Veen veel meer is dan alleen de eend. Zijn liedjes hielpen bij het verwerken van onze eerste verliefdheden en ‘opzij opzij opzij’ knalde door de oortjes van de mp3-speler wanneer we ongelofelijke haast hadden om sneller dan de schoolbel te zijn. De puberproblemen waar we mee worstelden vonden een uitlaatklep in zijn muziek. Voor veel andere kinderen heeft hij echter nog veel meer betekend: Als ambassadeur van Unicef en oprichter van de Herman van Veen Foundation toont hij zich al een leven lang voorvechter voor de rechten van het kind. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Herman voor zijn inzet en oeuvre talloze prijzen en eerbetonen toegekend heeft gekregen.
Tijdens een bezoek aan de tentoonstelling 'Herfsthandschrift: Sommige schilderijen' in het Oirschotse Museum Kruysenhuis maken we ook kennis met een andere kant van de artiest: zijn schilderkunst. Hij schildert met ruwe streken grote kleurvlakken en voegt soms een grafisch element toe, zoals een zwarte balk of een klein kleurverschil dat als een schaduw op het doek valt. De poëzie, die een grote rol speelt in het leven van Herman, herkennen we ook terug in de schilderijen, waar het niet zozeer een betekenis oproept, maar eerder een gevoel of sfeer. De ene keer hebben de schilderijen intense, diepe kleuren, dan weer herfstachtige, droeve tinten. Hij zegt zelf over zijn schilderijen dat hij hiermee het licht in kleur probeert te vangen, wat we kunnen zien in de manier waarop de intense kleuren verschillende lagen van diepte in de doeken brengen.
Maar kunnen we naast het licht ook de mens Herman van Veen in zijn schilderijen vangen? Zou het schilderen, waarmee Herman pas op zijn zestigste begon, een teken zijn van een andere levensfase, een nieuw bewustzijn? En hoe is deze intense schilderkunst te rijmen met de muzikale theatermaker die een vrolijke eend als Alfred J. Kwak voortbracht?
Laurens van Leuven en Michelle Gulickx studeren Geschiedenis en Kunstgeschiedenis in Utrecht