HERMAN VAN VEEN GEDICHTEN

 

 

 

god zij dank


ik word nog niet wakker

met een onderbroek

vol stront

heb geen houten tenen

of kloten van karton

nog geen vermolmde totempaal

 

blaas nog duchtig op de taart

kan van de hoge duiken

en zitten op de bank

zonder kussen in mijn rug

poep nog geen bloed

 

draag geen kousen

voor de aderen

schuifel nog niet

op geruite toffels

op haperende voeten

naar de deur

of pak mijn koffers

om bij mijn dochter in te trekken

 

heb geen snoepjes in mijn broekzak

voor de kinderen

ben niet gehecht aan geen behang

geen potplant op de schoorsteenmantel

alle wonden zijn nog vers

droom niet van een

onnozel paradijs

 

praat niet over chocola

heb geen stok om mee te slaan

en geen om mee te gaan

laat nog geen wilde winden

weet nog of het van gisteren is

of van vandaag

of ik in utrecht ben

of in den haag

 

praat niet over

toen er nog geen auto's reden

van de moffen en de joden

zever niet over afgezaagde tijd

zo goed het vroeger was

is het vroeger nooit geweest

 

god zij dank

 

(Uit: De voorstelling, 2008)

 

-----

 

de wind draait

 

de weg was lang

het weer werd slecht

het hoort erbij

dat alles in elkaar stort

dat alle rijmpjes

uit gedichten vallen

 

de zon schijnt

het vriest in je kop

de kat spint

de kraan lekt

je hebt je best gedaan

voor alles

wat mislukt is

 

heb de viool nog

en al mijn vingers

en de wind

draait

 

(2007)

 

-----

 

laat god

 

laat god

op niemand lijken

op niks

of iemand

die ik ken

 

(Uit: Zonder jas, 2005)

 

-----

 

een man

 

één man, één man met een stropdas

eén man, één man met een bril en een stropdas

een man met een bril en een stropdas met streepjes

een man met een stropdas met andere streepjes

hij belt

een man zonder stropdas met een overhemd voor een stropdas

een man met een bril met een stropdas met een overhemd en een colbert

die past bij zijn das en het montuur van zijn bril

ze bellen

ze praten, ze luisteren niet naar elkaar of de vragen

ze praten, ze zeggen de dingen waarvan ze hopen

dat de anderen dat willen horen

tenminste, dat denken ze

ze verklaren programma's en kreten

ze luisteren niet, ze bellen, ze kijken niet, ze praten

de mannen met dassen en brillen

en zonder dassen en colberts met tassen

ze vinden van alles iets anders hetzelfde

 

(Uit: Zonder jas, 2005)

 

-----

 

ben verkleed

 

ben verkleed als dame

want er komt een heer

en die houdt ervan

om met mij te schaken

doe de gordijnen dicht

want meneer wil daarna

met me slapen

alsof het avond is

 

ben verkleed als jongetje

want er komt een vrouw

en zij houdt ervan

om moedertje te spelen

doe de gordijnen dicht

want ze wil me instoppen en strelen

alsof het avond is

 

1 keer bellen

klant

2 keer bellen

stamgast

3 keer bellen

vrouw

4 keer bellen

familie

5 keer bellen

dat ben ik

met de krant

 

ben verkleed als slaaf

want er komt een baas

en die houdt er van

om mij af te blaffen

doe de gordijnen dicht

want hij wil mij daarna

met zijn kussen straffen

alsof het avond is

 

ben verkleed als eva

want er komt een vent

en die houdt er van

om me aan te kleden

doe de gordijnen dicht

want dan wil hij voor me bidden

alsof hij jezus is

 

(Uit: Zonder jas, 2005)

 

-----

 

godvergeten

 

in hun adembenemende arrogantie

hebben enkele gelovigen

elkaar de oorlog verklaard

 

in naam van god

en vaderland

bombarderen ze elkaars kantoren

scholen

elkaars ziekenhuizen

en stations

 

fabrieken worden gemist

pijpleidingen gespaard

 

krantenkoppen schreeuwen

wraak en schande

poppen op tv

braken verontwaardigde woorden

 

geteisem

dat zich christen durft te noemen

of mohammedaan

wat hebben de kinderen jullie misdaan

 

wie geeft die moeder

daar in baghdad

haar dode kindje terug

 

wie droogt de tranen

in de ogen van de man

die zijn dochter vond

uiteengereten in jeruzalem

 

wie geeft de oma in new york

haar kleinzoon terug

die zijn hele jonge leven lang

droomde van een brandweerman

 

wie blaast weer leven

in het lichaam van dat meisje

in de straten van madrid

 

godvergeten geteisem

dat zich christen durft te noemen

of mohammedaan

wat

hebben die kinderen

jullie misdaan

 

(Uit: Zonder jas, 2005)

 

-----

 

weet je

 

vroeger zat daar een donkere man

die je schoenen poetste met spuug

een gouden oorring door zijn tong

die kroeg zat stampvol handelsreizigers

gekke wijven, arme dichters

daar zaten bromvliegen op tompoezen

daar dronken ze ossenbloed, lieten scheten

en lichte meisjes die voor harde guldens

het pleisterwerk is kapot

daar stonden paard en wagens

en de scharensliep

hier is het altijd lente

is de koningin nog geweest

het huis van die nsb'er is als nieuw

in die oude eik staat nog mijn naam

de geur,... dat was toen een paardenslachterij

in dit huis is bennie geboren die niet ouder werd

dan een hond

de brug was nog kapot, hotel de pays-bas

daar zaten de deftigen beschaafd te schelden

en nipten thee

die vrouw is truus, met wie ik voor het eerst

op die bank zat toen een gek

die altijd de waarheid zei

mijn hele leven lang

is hij al dood

 

(Uit: Zonder jas, 2005)

 

-----

 

teil

 

haar hand

komt op me af

 

vanuit de gootsteen

met een klodder

groene zeep

knijp

mijn ogen dicht

 

sta

in de teil

op het aanrecht

 

in drie ketels

lauw water

 

krullen

van zeep

 

ze vergeet

geen hoekjes

overal

waar niemand anders komt

weet haar hand

de weg

 

mijn knuisten

in die van haar

 

doe je hand maar open

wat heb je daar

 

een stuiter

 

glim als de koperen kolenkit

mag

naar bed

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

ik ben mijn vader

 

minuten stilte

papa snikt

 

op de radio

treurige muziek

 

mannenstemmen

zeggen sombere dingen

 

over nooit meer

 

alle klokken luiden

papa droogt zijn tranen

 

morgen gaan we naar

de maliebaan

 

marcheren

de soldaten

 

de oranjeband met leeuw

en het soldatenpak

ze liggen klaar

 

mama moet alleen

de broek nog persen

 

een koperen knoop aanzetten

 

papa poetst zijn kistjes

 

de baret draag ik

links rechts door de gang

 

ik ben mijn vader

voor niemand bang

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

sterf

 

hij komt thuis

loopt de keuken in

aait haar over haar bol

kijkt onder het deksel van de juspan

schenkt zichzelf een borrel in

loopt naar zijn stoel

pakt zijn krant

valt in slaap

droomt van grote tieten

jarretellen

zwarte nylons

hoge hakken

 

wordt wakker

met een stevig gevoel

in zijn broek

kankert

omdat zij eerst wil eten

en dan

rustig

de kinderen naar bed wil doen

 

slurpt de soep naar binnen

vreet zich door de bloemkool

staat als eerste op van tafel

schenkt zichzelf een borrel in

loopt naar zijn stoel

pakt zijn krant

valt in slaap

droomt van plukken schaamhaar

douchelokalen

natte handdoeken

 

wordt wakker

met een stevig gevoel

in zijn broek

kankert

omdat zij eerst in de teil wil

en dan

rustig

wat wil babbelen

 

kijkt naar de tv

benen op de tafel

vraagt voortdurend

of er koffie is

schenkt zichzelf een vieux in

valt in slaap

droomt van blanke tuten

die in snelle wagens

op verslaafde negers jagen

 

wordt wakker

met een stevig gevoel

in zijn broek,

ritst zijn gulp open

trekt haar naar zich toe

kankert

omdat ze eerst moet overgeven

 

maakt hem schoon

met zijn krant

propt deze

in de juspan

giet er jenever overheen

steekt de krant in brand

 

met de fles slaat

ze de tv kapot

haalt de kinderen uit bed

en zegt

voordat ze vertrekt

teder

 

sterf

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

vogelvlucht

 

we moesten

in april

voorbij de trappen

van soestdijk sjokken

weten wat

indonesiërs en surinamers

zijn

 

we moesten

thuiszitten

naar

de familie doorsnee kijken

koffie drinken

plakken

leverworst eten

licht uit

wippen

en slapen

 

wakker worden

op de fiets

naar het werk

bek houden

doortimmeren

en op de partij

van de arbeid

stemmen

 

we moesten

ons verzekeren

bij de nationale nederlanden

kardinalen respecteren

blij met onze

critici zijn

ons in ordners laten

proppen

 

niet over de schreef gaan

geruisloos

sterven

en zonder opzien

baren

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

als consumenten

 

als consumenten kijken wij

naar de hongerlijders op het journaal

wij zijn opzettelijk

onverschillig geworden

we hebben ons bewustzijn

onze gevoeligheid

voor mijn part geweten

verlaagd tot een niveau waarop

we er geen last van hebben

 

wilt u nog thee

 

dus als u ons vraagt

of het ons iets kost

om miljoenen mensen van honger

te laten

omkomen

dan is het antwoord

 

zonder suiker

 

dan is het antwoord

 

het kost ons

onze gevoeligheid

wat u zegt

 

melk

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

kom

 

in de etalage

zit een meisje

haar mond

rood geverfde slakken

haar haren

suikerspin

haar benen

in zwart gestoken

eindigen in blauwe hoge hakken

en in haar schoot

tussen geschoren

bloedzuigers

wacht

de dood

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

vrij naar baron

 

is democratie praktisch

toepasbaar

 

ja

in een samenleving van

betrekkelijk monogame samenstelling

waar individuen enigszins

aan elkaar gelijk zijn

 

maar wat te zeggen

van een samenleving

die bijvoorbeeld bestaat

uit tweehonderd wolven

lees joden

en negenhonderd eekhoorns

lees arabieren

 

in een democratie

waar de meeste stemmen gelden

zou dat kunnen betekenen

dat de wolven

in bomen moeten gaan wonen

en eikels

eten

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

ten slotte

 

ek wil nie meer as

'n melodie wees nie

laat my sing

straal

beweeg

in 'n brose stilte

agterbly

gaat stort

drink

met vriende praat

slaap

wakker word

die kinders sien

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

op pad huis toe

 

ik loop heen en weer

heen en weer

en ik denk elke keer

elke keer

weer

 

vijf tralies

vier muren

vijftig centimeter dik

drie meter

van wand naar wand

vier stappen

van de ene naar de andere kant

 

wie was de architect

hoeveel nachten

heeft hij zitten tekenen

hoe vaak

bracht zijn vrouw hem thee

wie was die man

 

welke vaklui

verhuurden hun handen

voor het metselwerk

 

wie betaalde

welk loon

kregen zij ervoor

 

wie leverde de stenen

wie

reden het zand

 

wie betaalde

wat

kregen zij ervoor

 

was hij groot

was hij klein

was hij jong

was hij oud

waarvan droomde hij

toen hij klein was

 

ben je zeker

echt heel zeker

dat hij niet

met je zusje is getrouwd

 

ik loop heen en weer

heen en weer

en ik denk elke keer

elke keer

weer

 

vijf tralies

vier muren

vijftig centimeter dik

drie meter

van wand naar wand,

vier stappen

van de ene naar de andere kant

van hierdie na daardie kant

 

(Uit: In vogelvlucht, 2002)

 

-----

 

maar dit

 

ik zal je altijd

zien liggen

 

hoofd

op je schouder

 

alsof een vogel

uit je mond is

gevlogen

 

m'n zuster

horen

zeggen

 

dit

is

mama

niet

meer

 

(Uit: Troost, 2001)

 

-----

 

als je wilt

 

stuur ik je

een clown

van papier

die je tranen droogt

en bij je is als je

weer eens sterft

van onvermogen

en het liefst zou

blijven leven

 

(Uit: Drempels, 1976)