Staand, met de knieën licht gebogen, speelt ze voor haar moeder:
rauw en gevoelig tegelijk. Alsof ze meteen ook het vernis van de klassieke
muziek wil halen. Daarmee is de gitariste de ideale gast voor de eerste
aflevering van Concertcafé in Zwolle.
Edith Leerkes komt uit de voorhoede van de Nederlandse
gitaargezelschappen en begeleidt nu al een jaar of vijftien Herman van Veen.
Zoals ze op haar eerste solo-cd haar moeder met een compositie vereeuwigt, zo
is het openingslied voor Herman: Hermano. Vrij naar Margaretha Vasalis vindt ze
woorden voor haar relatie met de zoete zanger. En jawel, die ovalen O van de
maestro klinkt ook bij haar: als ze spreekt én als ze speelt. Ze laat een
fragment horen uit het laatste strijkkwintet van Franz Schubert. Op de
achtergrond het getekende portret van de componist. Frappant hoe zijn oogopslag
samenvalt met die van de zanger. En als de klank in het strijkkwintet van bijna
bulderend naar fluisterend gaat, is het niet moeilijk te begrijpen waarom
Herman van Veen zo naar Schubert zoekt.

Fascinerende vrouw, die Edith Leerkes. Door de ongedwongen
combinatie van muziek en gesprek komt ze dichtbij in dit Concertcafé. Je ziet
dat ze heeft geleefd, je hoort haar vertellen over de reis die ze maakt, je
wordt geraakt door haar spel, dat even onstuimig als intiem kan zijn. Zo teder
als ze soms begeleidt, verwacht je een uitgesproken vrouwelijke gitariste, maar
Leerkes kan ook heel mannelijk spelen. En aan diepte geen gebrek.
Luister naar Sommer im August, een gedicht dat in 1942 in een
Duits werkkamp werd geschreven door de jonge Selma Meerbaum Eisinger. Dit
joodse meisje kwam om in het kamp maar liet een schat aan gedichten na. Edith
Leerkes heeft het tragische verhaal zelf niet nodig. Zo dwingend en tegelijk
subtiel als zij de verlangens van een jonge vrouw in muziek vertaalt, daar word
je stil van.
Bron: De Stentor.
11 januari 2010
Fotografie: Kim Scholten
www.edithleerkes.nl