Anton

Anton Geesink was in zijn tijd in zijn gewichtsklasse de beste judoka ter wereld. Toen hij vijf turven groot was, kwam hij regelmatig bij ons thuis om een bakkie te halen. 

Toen ik begon te zingen, zat hij regelmatig op de eerste rij om naar - zo heette ik toen - het jochie te kijken. Hij was het die me in Tokio de juiste mensen leerde kennen en ook de man die er voor zorgde dat ik een paar maal bij de tandarts een nieuwe verdoving moest krijgen, omdat tandarts Brouwer zijn beste vriend was. Soms gebeurde het dat hij tijdens het boren werd weggeroepen omdat Anton aan de lijn hing.



Anton Geesink is van de week overleden. Met hem een van de grootste self-made sportmensen van ons land. Iemand die een leven lang zou opkomen voor de sporters en die de mensen en de stad waar hij vandaan kwam, nooit vergeten heeft. Hoor mijn moeder nog zeggen: "Anton, kun je dat blik even van de bovenste plank halen? Ik durf dat gammele trapje niet op." "Tante Hoeffie," zei hij dan in dat introverte Utrechts, "je kunt daar toch zelf wel bij?" En dan tilde hij mijn moeder als het spreekwoordelijke veertje op om haar daarna weer met blik en al op het zeil te zetten.


Ga zijn stem missen.

Hij was een van ons.


Herman van Veen