De neerslag van in de dampkring beneden het vriespunt
afgekoelde gekristalliseerde waterdeeltjes
heeft het dak van de Oude Kerk wit geschilderd.
Een waterig zonnetje
doet de kopergekleurde wijzerplaat van de kerkklok
flauw oplichten.
De bomen links en rechts van het Gods huis
staan er bij als stoere witte wachters.
Rook stijgt op uit de schoorsteen
van de kosterwoning.
Een plaatje, als een ouderwetse ansichtkaart.
Hoef er alleen nog
‘Vrolijk Kerstmis en een gelukkig nieuwjaar’
onder te schrijven.
In de ochtendkrant staat ook een plaatje.
Een foto van de met sneeuw bedekte
reuze pieken van een afbrokkelende gletcher
op Groenland.
In 2007 heeft het tempo
waarmee het zomerijs op de Noordpool verdwijnt
de zwartste voorspellingen overtroffen.
Het probleem van de globale opwarming
hebben we alleen nog maar in onze verbeelding aangepakt.
Echter: de feiten liegen er niet om.
Niets doen blijkt onbetaalbaar.
Stel je voor:
kijk je van Venus naar de aarde,
dan kun je zien
hoe onze planeet in het zonlicht baadt.
Zul je moeilijk kunnen geloven
dat wij hier denken,
een energieprobleem te hebben.
Hoe zijn we ooit op het idee gekomen
onszelf te verhitten en te vergiftigen
door energie uit fossiele brandstoffen en plutonium te halen?
Terwijl zonlicht op een constante stroom naar ons toe komt,
in een stralende regen van fotonen.
Kijk naar de witte wereld om ons huis
die zo echt is als mijn hand.
Verre van virtueel.
Sneeuw, zo weet ik ook,
dat door de zon weer zal verdwijnen.
Datzelfde zonlicht
dat er ooit voor zal zorgen, dat wij
- zij het met verdomd veel pijn -,
dit “godsgeschenk” zullen gaan waarderen
en gebruiken.
Laat er licht zijn.