maandag 30 augustus 2010

Hoezo?

Kijk je van binnen door een raam naar buiten,

dan lijkt het vaak

alsof het harder regent dan het regent.

Behalve vandaag.

Het regent werkelijk pijpenstelen.

24 uur onophoudelijk.

Zoals je zegt: het water valt met bakken uit de hemel.

De ramen tranen,

grote druppels zakken door kleine naar beneden.

Als kind kon ik daar geboeid naar kijken.

Als ik ziek was, of me verveelde.

Dan staarde ik naar die kruipende druppels over het glas

die onvoorspelbare paden gleden.

Regen weet niet dat het regent.

Ze doet het gewoon.

Vraagt het niemand.

Ze plenst er eenvoudig op los

of ze miezert of ze mot wat.

Begint en eindigt naar believen.

Verleden week in Pakistan had ze vrij spel

omdat de arme mens om zich te verwarmen

bijna alle bomen omgehakt had,

er geen wortels genoeg meer waren

om het water op te drinken.

of vast te houden

Miljoenen mensen op drift.

Het water weet niet dat ze stroomt,

altijd weer naar zee.

Zoals in Polen, laatst nog,

denderde ze langs oude steden,

alles in haar vaart verslindend.

Een bruine massa zocht haar weg

naar sommig dal.

Almaar sneller.

Over straten, autowegen.

Zo gezwind omdat de beddingen betegeld waren en bestraat,

omdat de kreken onder asfalt waren verdwenen.

“Natuurrampen teisteren”, kopten de kranten.

De zee weet van niets.

Ze stijgt, ze daalt,

ze brult, ze ruist,

ze kan zo stil zijn

als de druppels op mijn raam.

donderdag 26 augustus 2010

Middag,

Naar aanleiding van je mail, Tom:

de expositie in Brugge heet

“Je hoort alleen de geur”.

Ben in de weer met 14 doeken,

werk waaraan ik drie jaar geleden begonnen ben,

geïnspireerd door de gedichten van Selma Meerbaum-Eisinger.

Edith en ik vertoonden haar prachtige taal al in een reeks concerten

met als titel “Selma”, voornamelijk in synagogen.

Middelburg, Essen, Bielefeld, Amsterdam, Berlijn, Utrecht.

Deze maand doen we dat nog een keer in Soest

en in ieder geval bij de tentoonstelling in Brugge.


Eén gedicht, “Frühling”, verschijnt ook op “Songs in the Distance”,

het voornamelijk Engelstalige album waaraan we gisteren begonnen zijn.

De titel van deze CD is ontleend aan een zin

uit een verhaal van Anton Chekhov.

"Down below in the meadow the girls got up a round dance and sang songs...

and in the distance the singing sounded soft and melodious."


Een vertelling waarin je kunt lezen dat bij wezenlijke gebeurtenissen

in ons leven er altijd muziek is.

Een wereld zonder is niet voor te stellen.


Onder dezelfde titel zullen wij in het komende voorjaar

een aantal concerten geven in Londen, New York en Tokio.


Inderdaad,

we speelden heel lang niet in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel.

De laatste jaren voornamelijk in Ancienne Belgique.

Goed idee om specifiek voor deze voorstelling

iets te doen voor de lezers van onze nieuwsbrief.

Laat je dat nog weten.


Heb inmiddels twee voorstellingen achter de rug.

Eén in Tambach, in de open lucht, met m’n rug naar een stuwdam,

naast een reusachtige pomp die het water van die dam

naar een kanaal pompte.

Weet niet of de mensen mij gehoord hebben.

Ze zijn de hele avond wel allemaal blijven zitten.

En ook gaan staan, waarschijnlijk om naar het stuwmeer te kijken.

De andere voorstelling was in Garpsen, bij Hannover.

Speelde daar, omdat mijn zoon verliefd geworden is

op een meisje uit de buurt, wiens moeder voorzitster is

van een culturele club.

Kon dus niet weigeren.

Het werd mede daardoor een geweldig vrolijke avond.


“De man op het schoolplein”

verschijnt daar niet,

zoals ik dacht,

bij Uitgeverij Kok, tegen de kerst.

Maar volgend jaar pas.

Dit in verband met het “Groot Verhalenboek van Alfred Jodocus Kwak”

en “Vader”.

Het zou te veel zijn.


Dat je dat nog weet, inderdaad.

Ons in de tachtiger jaren ter ziele gegane

tijdschrift voor maatschappij, kunst en cultuur, “Harlekijn”,

(eerste uitgave in 1970) stelde

– dat was nog een idee van meen ik mijn vader – de ereharlekijn in,

die destijds onder andere werd uitgereikt aan

Maarten Toonder (de schepper van Olie B. Bommel),

Willy Walden en Piet Muiselaar (Snip en Snap),

Jacob Olle (een held uit een lied van Rob Chrispijn),

Hetty Blok (om haar Nee-zuster),

de fantasiefiguur Cor Spijk,

mevrouw Hans Snoek (de oprichtster van het Scapinoballet;

zonder die Scapino-figuur zou ik nooit gedaan hebben wat ik nu doe),

de impresario John de Crane,

en de zojuist overleden Conny Stuart, een schat van een vrouw.

Mijn dochter Anne kan haar nauwelijks kennen

en toch heeft ze zoveel gemeen met deze allerhartelijkste collega.

Toen ik haar gezicht gisteren op het journaal zag,

ging er een steek van verdriet door mijn borst.

Een hele generatie voorbeeldigen verdween inmiddels:

Ko van Dijk, Toon Hermans, Paul Steenbergen,

Mary Dresselhuys, Wim Kan, Ramses Shaffy,

Ank van der Moer, Leen Jongewaard, Jan Blaaser,

Tom Manders, Wim Sonneveld,

mensen waarmee wij zijn opgegroeid.

Ellen Vogel leeft nog, Rijk de Gooyer en Hetty Blok en wie ik vergeet.


Morgen heb ik het laatste gesprek met Pamela Stuurhof

en Jessica van Tijn.

Zij volgen mij nu ruim een jaar, bij van alles.

Zij maken een documentaire in opdracht van de AVRO,

uitzending rond de kerst.

Er is een kleine kans dat deze film op het aanstaande Utrechtse Filmfestival,

als ze het redden met de montage,

haar première beleeft.

Ben reuze nieuwsgierig naar wat ze allemaal gekozen hebben

uit de ontelbaar geschoten beelden.


Eergisteren waren ze ook bij de voorstelling van “Juliette”

op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag,

wat een prachtige avond werd.

Je bent toch wel bevoorrecht als je als kind

op zo’n gerenommeerd instituut mag studeren.


In het weekend samen met Edith en Henk van der Schalk

de laatste hand gelegd aan de geluidsmix van de DVD “Im Augenblick”,

de registratie die Aaron Rookus in de Philharmonie van Essen maakte

van onze voorstelling.

Het spat er af!

Hij heeft zijn regie anders dan bij televisie meer cinematografisch benaderd.

Handhold camera’s, zo dichtbij waren ze nog nooit.

Met een verbluffend resultaat.

Is theater vaak vaste-camera’s-traag op het scherm,

door zijn aanpak wordt het bijna documentaire.

Je bent er echt bij.

Ben heel nieuwsgierig hoe de reacties zullen zijn.

Binnenkort kun je onder de knop “Shows” bij “Video” op onze site

de eerste beelden zien.


Veel plezier vanavond bij AA Gent-Feyenoord.

Ik zal me voornamelijk bezighouden met Utrecht.


Groet,


je Herman van Veen

maandag 23 augustus 2010

Ja, ik wil

In het Waalse Brabant onder de rook van Brussel

zit ik op in een biechtstoeltje in kleine Kapel.

Buiten is het 28 graden,

binnen is het katholiek fris.

Luister naar een violist die,

begeleid door een pianist,

zo bescheiden mogelijk door wat capriccio’s fietsen.

Vandaag gaan de Vlaamse Stephanie en de Waalse Gaetan trouwen.

Hij is een neef van mijn vrouw Gaëtane, zij wordt binnenkort mijn nicht.

Het kapelletje is bijzonder en overal wit.

Maria met haar zoon,

mannen met mijters

staan op sokkels in bevroren heiligheid

en zien neer op de verzamelde familie.

Witte rozen sieren de wanden, verhullen het altaar.

Een fotograaf die het zichtbaar warm heeft,

fotografeert puffend wat hem voor ogen komt voor later.

Oma’s, opa’s, ooms, tantes, vaders, moeders, kinderen, kleinkinderen,

iedereen op zijn paasbest in blijde verwachting van het bruidspaar.

Pater Denis Kiatula zal voorgaan in de woorden die gezongen en gezegd gaan worden.

Het verhaaltje van de vos en de roos uit De Kleine Prins,

en uit Corinthe 12.31 en 13.10 de brief van Paulus, het evangelie van Mattheus.

Het bruidspaar komt binnen.

Hij aan de arm van zijn moeder, zij aan de arm van haar vader. 

We horen Sarah Brightman “No one like you” zingen.

Ik zie ondertussen dat het kapelletje in 1902 gerenoveerd is.

Gaetan begroet ontroerd in drie talen Frans, Nederlands, Engels de aanwezige gasten

en Pater Kiatula legt daarna uit

dat de aanstaande getrouwden God als het hart van hun leven zien.

Dit onomwonden statement ontroert me,

mijn hand zoekt de hand van mijn vrouw

en ik deel met haar iets

dat in woorden niet op te schrijven is.

dinsdag 17 augustus 2010

Morgen

Ja Tom,

de vakantie zit erop.

Zit donderdagavond

bij een talkshow

voor de VRT.

Ga daar praten

over onze aanstaande Vlaamse tournee

en de voorstellingen van 'Juliette'

in het Paleis voor Schone Kunsten.

Juliette wordt gespeeld in het Frans

maar Nederlands boventiteld.

Maak je dus geen zorgen.

Zal ook praten

over onze tentoonstelling in Brugge

die een ode wil zijn

aan de gedichten van Selma Meerbaum-Eisinger.

Bij de opening zullen Edith en ik

haar gedichten zeggen en zingen.

Zaterdagavond

speel ik de eerste voorstelling

van een setje zomerconcerten

samen met Edith in Duitsland.

Aansluitend beginnen we te repeteren

voor Vlaanderen.

Wederom eerst een paar voorstellingen met Edith,

dan komen Jannemien en Erik erbij.

We staan lang in Antwerpen

en sinds wel 20 jaar

weer in het Paleis voor Schone Kunsten

in de grote zaal.

 

Heb tijdens de vakantie

veel geschreven.

Nieuwe liederen,

andere verhalen,

veel onzin bedacht.

Heb ook niet kunnen nalaten te schilderen,

papieren werk.

Zo groot als een flatscreen.

Onze tentoonstelling in Emmerich

loopt nog tot 15 of 16 oktober,

alle tijd dus nog

om eens te gaan kijken.

En lukt het je niet in Emmerich

dan hebben we nog een tentoonstelling

in Oirschot, Brabant

ergens in de herfst.

Binnenkort kun je een aantal foto’s zien

die meneer Endermann maakte

toen we Emmerich am Rhein aan het inrichten waren.

'Het groot verhalenboek van Alfred Jodocus Kwak'

is ingeleverd.

Fenomenale klus.

Letja moet alleen nog bij de uitgever

de tekeningetjes brengen en laten scannen.

Dan wordt het nagelezen,

gecorrigeerd,

gedrukt,

gebonden,

en naar de boekhandel gereden.

Tegen de kerst

verschijnt er bij dezelfde uitgeverij

een kerstboekje

met als titel

‘De man op het schoolplein’.

Het wordt min of meer

net zo’n boekje als ‘Pom pom pom’,

'De koe zei boe, de ezel balk, het schaap toen bla’

en ‘Naema’.

Eigenlijk deel 4 dus.

Schreef tevens een concept

voor een kinderboek

dat 'Valentin' gaat heten.

In opdracht van een Duitse uitgever.

Het is de bedoeling dat boek

in de herfst van volgend jaar

uit te geven.

 

Heb vandaag beloofd

te komen zingen

op de verjaardag van mijn oude makker Harry Sacksioni

in Carré.

60 wordt hij.

Niet voor te stellen.

Zie hem nog voor het eerst

bij ons binnen komen.

Hoe oud was hij toen,

20?

 

Heb in de vakantie ook

27 bomen geveld

en aan stukken gezaagd

voor de haard.

Nu moet ik wel 100 worden.

 

Je ziet,

was tamelijk bezig.

Daar zijn vakanties voor.

 

Waarde Tom,

dit in antwoord op je vragen.

Hoop je in Brussel te zien.

 

Hartelijk,

 

Je Herman

maandag 9 augustus 2010

‘Heeft u Das Kapital van Karl May?’

Mijn tante Gé, de zuster van mijn vader,

werkte, toen ik zo’n jaar of twaalf was,

in de Openbare Bibliotheek achter de Dom in Utrecht.

Mocht daar graag komen snuffelen

tussen rijen boekenkasten.

Haalde van doorgezakte planken

bij voorkeur geheimzinnige boeken,

op zoek naar voor kinderogen

niet geschikte woorden, zinnen,

passages, foto’s en plaatjes.

Veel van die boeken had ik beter dichtgeslagen kunnen laten

want vaak kreeg ik door wat ik zag

boze dromen.

Dacht weer aan de bibliotheek en mijn tante Gé

toen ik het boekje las: ‘Lady Shatterhand’s Lover

en andere indianenverhalen uit bibliotheek en boekhandel’,

een publicatie van mediathecaris Larry Iburg,

een werkje vol grappige voorvallen

uit bibliotheek en boekwinkel.


‘Een jongetje van tien vroeg aan de bibliothecaresse:

“Juf, heeft u iets over veilig vrijen en aids.”

De vrouw gaf hem een brochure

waarop het jongetje zei:

“Het is eigenlijk voor mijn zus,

maar die durft het niet zo goed te vragen.

Dan gaat ze blozen.

Ze staat daar, met die rode jas.

Ik durf best wel alles te vragen.”

De bibliothecaresse haalt een brochure uit een lade,

waarop het jongetje enthousiast roept:

“Rita, ik heb een brochure over veilig vrijen en aids!”


Een ander jongetje vraagt: “Hebt u ook een boek waarin staat

dat ik intelligenter ben dan de andere kinderen van mijn klas?”’


Zie mijn tante Gé glimlachen.

maandag 2 augustus 2010

Kostbaar

Elke dag liep ik door de straat

en zag ik haar staan,

achter het venster.

Schaamteloos

elegant

haar welvingen te tonen

aan ieder die het wilde.

Hoe oud zou ze zijn?

Hoe jong?

Waar kwam ze vandaan?

Hoe duur zou ze zijn?

Terwijl ik naar haar gaapte,

fantaseerde ik over wat ik allemaal met haar zou doen

als ik de kans kreeg.

In mijn dromen speelde ik met haar,

was één met haar.


Elke dag weer liep ik door de straat.

Hield het niet meer.

In plaats van naar haar te staren,

nam ik een besluit.

Liep naar binnen,

pakte haar ongevraagd op,

stemde haar snaren

en speelde honderduit.

‘Ja, ze is mooi,'

beaamde de vioolbouwer.

‘Maar prijzig.'

woensdag 28 juli 2010

Uit het gastenboek


Bericht einer Besucherin

Herman van Veen,

65 Jahre in Wort und Bild. 


Ich kenne ihn seit rund 35 Jahren und fragte mich schmunzelnd und neugierig,

wie das wohl gelingen kann. Hat man vielleicht ein Hochhaus gemietet,

um all die Dinge zu zeigen,

die dieser Mann im Laufe seines bisherigen Daseins getan

und auf den Weg gebracht hat?

So fuhr ich an einem hysterisch warmen Sommerfreitag

zur Eröffnung nach dem mir bis dahin unbekannten Emmerich an den Rhein

und war komplett erstaunt. In bahnbrechender Weise ist es allen Beteiligten gelungen, mit einem multimedialen Ausstellungskonzept

und mit hohem ästhetischem Anspruch auf zwei Etagen

einen repräsentativen Querschnitt durch Herman van Veens

bisheriges Gesamtkunstwerk und Engagement zu zeigen.

Man geht und erinnert sich. Trifft bekannte Gesichter.

Freude kommt auf bei gut Vertrautem. Staunen bei bis dato Unbekanntem.

Bildschirminstallationen zeigen wie im Zeitraffer

Bühnen- und Fernsehshows aus über 40 Jahren.

Schöne, aufregende Zeitreise. Oft war man dabei.

Seine Geisteskinder wie Alfred J. Kwak, Colombine oder Jan de Man

sind ebenso vertreten wie die vielen kleinen Brillanten der Theaterkunst.

Mata Hari, Windekind oder auch die Musiktheatervorstellung

'Op een Dag in September' sollen hier stellvertretend genannt sein.

Die schönsten, seiner von ihm ausgewählten Gedichte,

projiziert auf einem Ballon.

Theaterkostüme, Videos, Tischtennisbälle, Fotos, Comics,

Dokumentation seines Einsatzes für Kinderrechte u.v.m.

Wenn man sich umdreht, gibt es Neues zu entdecken,

kommt ins Geplauder mit anderen Gästen.

Gemeinsame Reisen in die Erinnerung.

Hell und exzellent platziert sind die Dinge.

In der unteren Etage liegen tausende Rosenblätter.

Ein unverkennbares Zeichen dafür,

dass Herman van Veen selbst Regie geführt hat beim Ausstellungsaufbau.

Die Frau, die die Rosen zerpflückte, muss noch heute duften, denke ich.

Ich selbst war am meisten von seinen Gemälden angetan.

Man könnte meinen, sie stehen in wunderbarem Kontrast

zu dem höchst präsenten, vielfältigen Sänger, Erzähler,

Musikanten und Harlekin auf der Bühne

und machen doch das Spiegelbild erst komplett.

Großformatig sind die Werke meist und farbintensiv,

aber zugleich niemals erschlagend.

Da schwelgt ein Mann in Farbe und Ästhetik,

da ist er im Rausch und kann wohl nicht anders.

Nichts scheint dem Zufall überlassen, doch simultan fühlt man,

dass der Künstler kein Ziel gehabt haben kann.

Das Thema entstand beim Malen.

Er stieg in die Leinwand und wurde eins mit dem Bild.

Alles Erfahrene und Künftige tönt in Dur und Moll aus der Farbe.

Ein bisschen irritieren mich einige Titel.

Mag es lieber, wenn ich das Bild erzählen lasse.

Ich kann ihn mir beim Malen gut vorstellen.

Musik im Kopf, Poesie, Erinnern, Träume, sein Sinn für klare Schönheit,

Sehnsucht und auch die Trauer, das alles findet sich wieder in den Bildern,

die ich mit einem Wort beschreiben kann: Harmonie.

Zwei mochte ich besonders:

Ein etwas kleineres Werk. Schwarz mit gespachtelter Struktur.

Ähnlich verbranntem Holz und in der Mitte leuchtet durch einen Spalt

hindurch ein enorm glühendes Rot gleich einem: ‚Trotz alledem’.

Ich sagte es ihm. Wir schwiegen ein bisschen.

Und dann ist da noch ein helles Graues.

Sehr groß und an stiller Eleganz kaum zu überbieten. Es ist die Ruh.

Herman malt noch nicht allzu lang. Doch seine Werke,

die oft mit eigenen Wortfragmenten, filigranen Linien

und organischen Elementen vollendet sind,

werden mehr und mehr zu unverkennbaren Van Veens.

Es gab einen Augenblick, da saß er allein auf einem Stuhl,

hielt die Augen eine Weile geschlossen.

Neben ihm ein riesiges Gemälde. Rot in Rot in Rot.

Sein Gemälde. Das Rot hatte sich auf seinem Gesicht verfangen.

Er schien in Liebe getaucht. Hab den Moment genossen.

Ich kannte seine Mutter nicht, doch ich weiß, wie er enorm er sie liebt.

Hab mir den Bildtitel nicht gemerkt. Ich aber hätte es 'Mutter' genannt.

Kurzum: Wer mag, der sollte nach Emmerich an den Rhein kommen

und staunen, entdecken, erinnern, planen. Es lohnt sich.

Ist das ein Lebenswerk? Ich bezweifle das. Lebensabschnittswerk wohl eher,

denn Herman van Veen arbeitet schon wieder an neuen spannenden Dingen,

setzt sich weiterhin für die Kinderrechte ein und wie ich weiß,

entstehen auch schon neue Malereien.


Danke an alle im Hintergrund und Herman van Veen.


Man sieht sich.

Eine Besucherin

maandag 26 juli 2010

Lekker hapje

Zuid-Frankrijk is te zonnig om somber te zijn.

Geen vruchtbare omgeving dus voor een dichter

die zijn inspiratie vindt onder de donkere laaghangende wolken

boven een plat land.

In de bergen, onder een strak blauwe lucht,

zit ik op een grote steen aan de rand van een meer

en kijk naar een school donkere forellen

die met hun slanke lijven

als een formatie tedere duikboten

kalm tegen een onzichtbare stroom inzwemmen.

Ik tel er een, twee, drie,

honderdzes, tweehonderdachttien, driehonderzesentwintig

of toch tweeëntwintig.

Door een onzichtbaar gegeven teken

zwemmen de forellen allemaal naar rechts

om even later allemaal tegelijk

naar links te zwemmen.

Heb ooit aan iemand die het weten kon, gevraagd,

hoe dat kan dat die vissen als bij toverslag

tegelijk met z’n allen de andere kant opzwemmen.

‘Ze zwemmen achter de dikste aan’, was het antwoord.

Kan dat niet geloven.

Eén van die forellen moet een signaal gefloten hebben,

een geluid dat voor mensen onhoorbaar was.

Een schittering in het water,

een oogopslag,

de beweging van een vin,

zagen ze allemaal tegelijk hetzelfde lekkere hapje.

In ieder geval: ik vind het mooi,

die honderden vissen als donkere vaantjes

onder water langzaam te zien wapperen,

te keren, te draaien en te zien gaan.


Een groenblauw insect scheert laag over het water.

PATS.

Een forel springt hoog boven het oppervlak uit

en verdwijnt spartelend in de lucht.

Waar blijven de anderen?

Waarom springen zij hem niet na?

Hé, vissen, jullie zijn met z’n honderden.

Hij is maar alleen.

Waarom doen jullie je nu niet te goed aan

die visser?

maandag 19 juli 2010

Overwoekerd

Tsead Bruinja is een Friese dichter.

Hij is nu net zo oud als ik was

toen mijn vader zo oud was 

als ik nu ben.

Een jongeman dus.

Tsead schrijft zijn gedichten vaak in het Fries,

vaker in het Nederlands.

Vond een paar van zijn bundeltjes

jaren geleden

in een boekenwinkel achter de Grote Kerk in Antwerpen.

Heb inmiddels al een heel stapeltje

waar ik graag in blader.


Met de post kreeg ik zijn nieuwste werkje.

Overwoekerd.

Vierenzeventig bladzijden woorden.

Mede tot stand gekomen

dankzij een werkbeurs van het Nederlandse Letterenfonds.

Ene Willem schrijft op de achterkant:

“Tsead is een dichter

die teder en liefdevol kan zingen,

maar ook stevige, ruige beelden en klanken kan gebruiken.

Zachtmoedig én stoer.

Een strelende hand én een vuist...”


Ernaast staat het gedicht “Licht”.


er is licht

en iets dat daartussen staat

 

een muur

een figuur

 

een leven lang

ben je onbenaderbaar

 

kweek je vuisten

bedek je een graf

 

met je hele lichaam

 

verduister je het gat

van een deur

 

er is licht

iets dat daartussen staat 

 

en er is een weg 

waarop je je spullen achterlaat

 

er is licht

dat je iets wil vertellen

 

ga weg

laat liggen

 

neem op


Bij Tsead lijken de woorden te leven.

Ze veranderen.

Ben ik vrolijk

dan lezen zijn teksten mij treurig.

Ben ik verdrietig

dan lezen zijn woorden me blij.

donderdag 15 juli 2010

Het water zingt in blauw

Ben elke dag wat uurtjes in de weer

met het corrigeren van 52 verhalen

die in het grote Alfred Jodocus Kwak Voorleesboek

komen te staan.

Verhaaltjes, ooit geschreven voor televisie,

nu verbeeld in woorden.

Minutieus werk.

Kras weg, schrijf bij.

Vergrappig of maak erger.

Een versje, een liedje, een gedichtje.




Wie waggelt

raakt verward.


Water dat kabbelt

ziet de sterren niet.


Wie waggelt

wordt wezenloos.


En wie naar boven kijkt

droomt.


Wie kwaakt is

kikker.


En in sommige gevallen

eend.


Vrij naar

Federico Kwarcía Kworca




Voor de Sint

zullen de woorden af zijn,

gebonden en te vinden

op de schappen

van de boekenwinkel.