Sneeuw
dinsdag 2 december 2008

Sneeuw

De neerslag van in de dampkring beneden het vriespunt

afgekoelde gekristalliseerde waterdeeltjes

heeft het dak van de Oude Kerk wit geschilderd.

Een waterig zonnetje

doet de kopergekleurde wijzerplaat van de kerkklok

flauw oplichten.

De bomen links en rechts van het Gods huis

staan er bij als stoere witte wachters.

Rook stijgt op uit de schoorsteen

van de kosterwoning.

Een plaatje, als een ouderwetse ansichtkaart.

Hoef er alleen nog

‘Vrolijk Kerstmis en een gelukkig nieuwjaar’

onder te schrijven.

 

In de ochtendkrant staat ook een plaatje.

Een foto van de met sneeuw bedekte

reuze pieken van een afbrokkelende gletcher

op Groenland.

 

In 2007 heeft het tempo

waarmee het zomerijs op de Noordpool verdwijnt

de zwartste voorspellingen overtroffen.

Het probleem van de globale opwarming

hebben we alleen nog maar in onze verbeelding aangepakt.

Echter: de feiten liegen er niet om.

Niets doen blijkt onbetaalbaar.

 

Stel je voor:

kijk je van Venus naar de aarde,

dan kun je zien

hoe onze planeet in het zonlicht baadt.

Zul je moeilijk kunnen geloven

dat wij hier denken,

een energieprobleem te hebben.

Hoe zijn we ooit op het idee gekomen

onszelf te verhitten en te vergiftigen

door energie uit fossiele brandstoffen en plutonium te halen?

Terwijl zonlicht op een constante stroom naar ons toe komt,

in een stralende regen van fotonen.

 

Kijk naar de witte wereld om ons huis

die zo echt is als mijn hand.

Verre van virtueel.

Sneeuw, zo weet ik ook,

dat door de zon weer zal verdwijnen.

Datzelfde zonlicht

dat er ooit voor zal zorgen, dat wij

- zij het met verdomd veel pijn -,

dit “godsgeschenk” zullen gaan waarderen

en gebruiken.

 

Laat er licht zijn.
Koeren
dinsdag 25 november 2008

Koeren

Ik tel op het grasveldje
52 bosduiven.
Misschien is er een vergadering.
Ze stappen met hun schokkende nekjes
deftig door elkaar.
Zo af en toe
pikken ze wat onzichtbaars
uit het gras
of vliegen naar wat verderop.
Landen tussen wat oude bekenden
of bosduiven van vroeger.

 

Ze koeren over wat?
Over grote zaken?
Het stijgen van de zee?
Het verdwijnen van de bossen?
Of over dat je bij de C&A
nu ook ondergoed van biologisch katoen
kunt kopen?
Of koeren ze over scharreleieren?
Of waar het kernafval naar toe moet?
Over rode kool?
Of debatteren ze onder elkaar
over bouwplannen in het grote meer?
Over food versus few?
Over symptoombestrijding
en het aanpakken van structurele oorzaken
in tijden van voedselschaarste?
Of over zaken met betrekking tot
de toepassing van waterstof en brandstofcellen?

 

Waar koeren zij toch over als ze zo koeren?
Over voetbal, pepernoten,
wat te denken van de kerst,
hoe fout is jouw gemeente
of over de “Groene Zeepbel”-award.

 

Of
- en dat is duiven om de donder niet vreemd -
over elkaar?

 

We zullen het nooit weten.
Want in geen lespakket,
op geen school zit “Koers”.
En dat is, denk ik, goed zo.

 

Je moet niet alles willen weten.

 

Waar blijft dan anders fascinatie?

Wannes Van de Velde
zaterdag 15 november 2008

Wannes Van de Velde

Met Wannes Van de Velde* stierf een held van mij.
Een man van wie ik altijd wist
dat hij ergens in kroeg of plaats,
op planken of in hof,
het lied zong van de waardigheid.
“Être digne de vivre”,
het deed goed dat te weten.
Ik wou zijn vriend wel zijn.
In januari 2000 schreef hij op de tijdsnede:

 

Ik ben moe,
voel het zelfs aan mijn stem,
en dat is echt uitzonderlijk.
Ik heb zeven keer gezongen op negen dagen tijd.
De muziek eist veel van me
al maanden lang,
en dat bekoop ik nu.
Ik ben op zoek naar een rust
die ik dan wel nodig mag hebben
maar die ik niet vind.
Misschien wordt ik oud.
Of heb ik de lucht van een andere omgeving nodig,
eenzaamheid,
weg van het wereldje
waar luchtbakkers de dans leiden?
Wie ze zijn doet er niet toe.
Het gaat om het klimaat
van zelfingenomenheid
dat mij weinig of niets te vertellen heeft.
“We are the winners”!
Ik niet.
Ik acht het in een maatschappij
als de onze nog altijd beter te verliezen,
en dat kan best met de glimlach.
De clown?
Ik heb nog nooit een clown zien glimlachen,
maar laten we zeggen:
we verliezen met de onzichtbare glimlach van de clown.

 

Wannes Van de Velde,
hij ruste in vrede.

 

 

*Wannes van de Velde, (Antwerpen 1937-2008), was naast een alom geprezen zanger en muzikant ook beeldend kunstenaar en schrijver.

Ridder
maandag 10 november 2008

Ridder

Ben koninklijk bevorderd door een heuse minister.

Nu Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Sta er mooi op.

Wil graag iedereen bedanken

die mailtjes, briefjes, faxen, cadeautjes,

opvallend veel jonge jenever

en bloemen stuurden.

Ons huis heet deze dagen niet langer Hofstede Het Klooster,

maar Kéukenhof Het Klooster.

Zo grijs het buiten is,

zo kleurrijk is het binnen.

 

We genieten geweldig van onze voorstellingen in Carré.

Kunnen het haast niet geloven.

Zo veel mensen.

Al die gezichten.

Dat dit altijd duren mag.

vrijdag 31 oktober 2008

Gisteren - Een ontmoeting met de pers

Een handvol journalisten was aanwezig bij de persconferentie die Harlekijn Holland, Universal Music en het Koninklijk Theater Carré hadden georganiseerd ter gelegenheid van drie heuglijke feiten: Herman van Veen en Erik van der Wurff staan 45 jaar samen op het toneel, Harlekijn Holland wordt 40 jaar, Herman en Erik spelen vanavond voor de vierhonderdste keer in Carré.

 

Erik van der Wurff vertelde, hoe de samenwerking met Herman van Veen tot stand gekomen was. In september 1963 begon hij zijn studie op het conservatorium in Utrecht, niet zozeer om te leren hoe je binnen de bestaande kaders van het conservatorium met muziek bezig kon zijn, maar wel omdat er op het conservatorium muziek ontstond. Tijdens de ontgroeningsweken viel hem al meteen een jongeman op, die de pauken bespeelde alsof het conga’s waren. Die jongeman was Herman van Veen, die aan zijn tweede jaar op het conservatorium begon. Met nog een paar andere "dissidenten" gingen ze aan de slag, op zoek naar uitdagingen en nieuwe wegen binnen de muziek. Die ontdekkingsreis ging na het eindexamen op het conservatorium als vanzelfsprekend verder, en er ontstond het idee om eens een jaar te gaan proberen of ze met optredens de kost konden verdienen. Daarna ontstond het idee om het nog eens een jaar te gaan proberen. En na twee jaar optreden met elkaar bleek het al moeilijk om een gezamenlijk verleden zomaar vaarwel te zeggen. Dus ze doen het zodoende nog steeds.

Om dat zo lang te kunnen blijven volhouden, is het bijna onvermijdelijk om ook met een aantal projecten los van elkaar te kunnen bezig zijn. Een minder bekende kant van Erik is, dat hij als dirigent met vele grote symfonische orkesten heeft gewerkt, en vele arrangementen en composities voor anderen heeft geschreven. Dat hij als enige Nederlandse muzikant zowel als pianist met Herman van Veen en als dirigent in meerdere producties op Broadway heeft gestaan, producties waarvan hij ook de composities en arrangementen heeft geschreven. Het leidde in Nederland tot slechts twee berichtjes in het Utrechts Nieuwsblad.

Hoogtepunten zijn er vele, volgens Erik. Eigenlijk alles wat je als "eerste keer" doet, en wat dan ook nog succes blijkt te hebben, zoals de eerste keer Carré, het Schauspielhaus, Friedrichstadtpalast, Broadway, Olympia. Maar ook het moment waarop hij in zijn prille loopbaan begin zeventiger jaren tijdens een plaatopname ‘s middags nog aan een arrangement voor strijkers zat te werken, wat ‘s avonds werd opgenomen en tot ontroerde reacties leidde van een strijker/componist/arrangeur die al jaren in het vak zat en begreep waar Erik ‘s middags mee bezig was geweest ("Ben je in strijd met jezelf?" had hij nog gevraagd toen hij Erik zag ploeteren op een nieuw idee). Een onvergetelijk moment voor Herman was de laatste voorstelling in l’Olympia met gitarist Chris Lookers. Chris was ernstig ziek, M.S., en het was duidelijk dat hij niet langer zou kunnen meespelen. Het laatste lied "Pourquoi ça tombe sur moi?", een vraag die Chris zich ongetwijfeld ook zal hebben gesteld.

Herman sprak over veertig jaar Harlekijn. Een klein, niet commercieel en ongesubsidieerd bedrijf dat sinds jaar en dag altijd weer artiesten op uiteenlopend artistiek gebied begeleid. Ton Koopman die vele honderden LP’s en CD’s op het Harlekijn label heeft uitgebracht, Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble, Herman Finkers nam zijn eerste LP ("Vinger in de bips") bij Harlekijn op, Hauser Orkater, Joost Nuissl ("Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben"), Loeki Knol ("Wat heb je nou aan algebra?"), Lenny Kuhr die het songfestival won met Piet Souer en anderhalf jaar optrad in de voorstelling van Herman, meester-gitarist Harry Sacksioni, de Italiaanse acteur en schrijver Dario Fo, regisseur Arturo Corso ( "Mistero Buffo"), acteurs als Jules Croiset, Michiel Kerbosch, Marlous Fluitsma, Dirk Celis, Lori Spee, Gaëtane Bouchez, een lijst te lang om op te noemen. Als je het bij elkaar optelt gaat het om duizenden albums, boeken en voorstellingen die voor velen een eerste stap zijn geweest op weg naar een duurzame carrière.

 

Om veertig jaar Harlekijn (de laatste tijd onder de zakelijke leiding van Edith Leerkes) te vieren staan er voor het komende seizoen drie producties op stapel. Edith Leerkes vertelt. Zelf zal ze te zien en te horen zijn als gitariste in een soloprogramma met de titel "Etude Feminine". In die voorstelling speelt, vertelt en zingt ze vooral over dierbare mensen in haar leven. Mede om haar artistieke grenzen te verkennen en om net als Erik, de ervaringen die ze opdoet als soloartiest te kunnen meenemen in de voorstelling die ze met Herman speelt. "Margot", een muziektheatervoorstelling met in de hoofdrollen Gaëtane Bouchez en Karin Hougaard, geïnspireerd op het leven van Margot Fonteyn. De misschien wel beroemdste prima-ballerina uit de vorige eeuw. Een vrouw met een opvallende vriendenkring, waaronder Marcos, Noriega en Pinochet. De derde productie is er een met Max Douw, "Het debuut". Max is een getalenteerde kleinkunstenaar die Herman heeft leren kennen op de Amsterdam Toneelschool. Hij doet wel denken aan de zwart-wit beelden die er nog zijn van Herman, zo vertelde Edith.

 

Tot slot: 400 voorstellingen in Carré. Herman stond er op aanbeveling van de toenmalige bedrijfsleider, de heer Dekker. In die tijd kwam Herman op van achter uit de zaal. Toen hij achter het rode gordijn stond, op het punt van opkomst, hoorde hij een gesprekje van de toenmalige directeur, dhr. Karel Wunnink, met de heer Dekker, die aan de andere kant van het gordijn stonden. Dhr. Wunnink gaf aan, het helemaal niet te zien zitten met Herman. Er zaten maar 400 man in de zaal, waarschijnlijk voor het grootste deel familie. De heer Dekker sprak echter zijn volledige vertrouwen uit in Herman. En hoewel er de tweede avond slechts 320 man waren en de derde avond maar zo’n 200, was Carré een week later volledig uitverkocht. Na die laatste voorstelling vroeg Dhr. Dekker aan Herman in de directiekamer, die zich toen nog onder de trap bij de ingang bevond: "Vul maar in, wanneer je weer wilt komen!" Zo ontstond er een traditie die tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. De huidige directeur, Hein Jens, gaf afgelopen week nog aan dat Herman altijd welkom blijft, al moet hij met een rollator het podium op.

Herman zegt: "Ik ben niet de grootste artiest, en ik ben ook niet de kleinste. Wat ik vooral kan is hard werken. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Op een voetbalveld moet je me drie keer voorbij en als je dan denkt: ik ga scoren, zul je merken dat ik er op een of andere manier toch weer voor ga zorgen dat die bal er niet ingaat. Als ik het toneel oploop, mag je er op vertrouwen dat ik mijn stinkende best zal doen om de mensen een ongelooflijke avond te bezorgen."

 

Roger Hendriks

Fijn dat u er was
maandag 27 oktober 2008

Fijn dat u er was

We hadden een workshop in Leeuwarden.

We werkten daar aan ‘Een dag uit het leven van Alfred Jodocus Kwak’.

Onze gastheer was Gooitsen Eenling, vandaar.

 

Herman van Veen

 

---

 

FIJN DAT U ER WAS

...vlieg je met me mee

spring maar op mijn zachte rug

ik breng je naar heel hoog

en voor het donker terug...

 

 

Donderdagmorgen, 23 oktober 2008. In de Herman van Veenzaal van het ROC Friese Poort te Leeuwarden liggen overal blauwe snippers op de grond. In een oud televisiekastje staat een kom met een sereen zwemmende goudvis. Aan de zwarte kapstok hangen geen rode sjaals meer. De oude piano zwijgt. De spots zijn gedoofd. De zaal is in diepe rust.

 

Dat was de twee weken daarvoor wel anders. Herman van Veen gaf vijf dagen lang een intensieve workshop rond een verhaal van Alfred Jodocus Kwak. De jonge veelbelovende acteur Max Douw, leden van het Harlekijn Danstheater en drie vierdejaars leerlingen van de opleiding Sociaal Cultureel Werk Theater werkten samen keihard aan een voorstelling die dinsdagavond 21 oktober en woensdagavond 22 oktober in totaal vier keer werd gespeeld.

De overige elf studenten van de opleiding waren druk in de weer met de produktie. Ze knipten blauwe snippers voor een douchescène. Vonden ergens een oud televisiemeubel. Kochten een kom met een goudvis. Lakten de witte kapstok zwart. Zorgden voor een lichtplan.

 

Langzaam veranderde het summiere script in een spannend verhaal. Waarin Alfred Jodocus Kwak ontdekt dat de valse Merel Krankmadam gesteund door psychiater Dokter Das alle zangvogels opsluit zodat zij alleen kan worden afgevaardigd naar het songfestival. Gelukkig zorgt Alfred met zijn goede vriend Theofilius, de sneeuwuil, voor een happy end. Droomde Alfred dat hij wakker was? Of was hij wakker en leek zijn avontuur zo onwaarschijnlijk als een droom?

 

Herman van Veen daagde iedereen uit dingen te doen die men anders niet deed. Peter le Feber moest naast  pianospelen, zingen en acteren. De danseressen van het Harlekijn Danstheater moesten naast dansen ook acteren. De drie studenten moesten naast acteren ook zeer fysiek aanwezig zijn. Max Douw mocht improviseren, wat hij meesterlijk deed, maar moest leren dat ook weer binnen bepaalde kaders doen. En een student die eigenlijk het liefst acteert, moest het lichtplan verzorgen. Zo had iedereen een uitdaging en zag je de mensen elke dag stapje voor stapje groeien. Of zoals Peter, één van de studenten het verwoordde: “Dit is voor iedereen een heel bijzonder proces geweest. We hebben kunnen volgen hoe een beroemd theatermaker te werk gaat bij het tot stand komen van een productie. Een unieke ervaring.”

 

En de voorstelling? Een groot succes. Jong en oud genoot. Er werd gelachen, meegezongen, meegeklapt. EEN DAG UIT HET LEVEN VAN ALFRED JODOCUS KWAK is een lieve familievoorstelling waar je blij van wordt. Een ode aan het belang van zingen. Hopelijk gaat deze theaterproduktie net zo’n lang leven leiden als MATA HARI, die drie jaar geleden in dezelfde Herman van Veenzaal is geboren.

 

Donderdagmorgen, 23 oktober. Ik veeg de laatste snippers weg. Zet het kastje en de kapstok bij de oude decorstukken. Breng de goudviskom naar de receptie van de school, heeft men daar in de herfstvakantie ook aanspraak. De piano rijd ik achter de coulissen.

 

“Fijn dat u er was”. Zegt de vertelster aan het eind van de voorstelling. Als gastheer en als vriend zeg ik hetzelfde. Herman, Max, Fleur 1, Fleur 2, Linnet, Gaëtane, Petra, Peter en Dieuwertje, fijn dat u er was.

 

 

...hou je stevig vast

samen in het grijze blauw

vliegen is nog leuker

samen met jou...

 

 

Gooitsen Eenling

Ervaring
vrijdag 24 oktober 2008

Ervaring

Een berk staat met zijn schilverende witte stam te stralen in het najaarslicht naast de heg bij het raam waarachter ik nu zit te schrijven. Het grasveld ligt bezaaid met gekrulde eiken- en kastanjeblaadjes. Een egel schuift op langs lavendel, schuurt zich voorbij de klimop, verdwijnt onder een plant waarvan ik de naam niet ken. De kerkklok in de toren slaat elf uur. Onze hond staat te kwispelen voor de gesloten deur. Hij moet een plas. Mijn vrouw zegt: "Even mijn laarzen aandoen." Ik hoor de rits van haar jas.

 

Van het lage rieten dak vallen om de beurt grote druppels op de stenen van het straatje dat langs ons huis loopt. Zoem als een camera met mijn ogen in op een plasje. Naast het plasje ligt een eikel.

 

Pets!

 

Een druppel De eikel lijkt te schrikken. Een soort spinnetje probeert over de eikel heen te klimmen. Waarom kruipt hij er niet omheen? Wel vijf keer valt hij van de gladde onderkant op zijn rug. Nu klimt hij als een alpinist de gladde eikel op, lijkt even uit te rusten.

 

Pats!

 

Een grote druppel valt boven op zijn rug. Paniek. Doodstil zit het spinnetje of zo van zijn schrik te bekomen. Hij klautert aan de andere kant naar beneden.

 

Pats!

 

Weer een druppel! Nu wel een hele grote. Het spinnetje of zo drijft met het water mee naar een minuscuul stroompje dat naarmate het breder wordt, harder stroomt mee de put in. Wat zal er van haar worden? Blijf nog even zitten kijken. Wel, daar is ze weer. Loopt de hele lange weg terug naar de eikel. Wacht en lijkt te denken.

En loopt er dan omheen.

Wij bellen u
maandag 13 oktober 2008

Wij bellen u

Was vier dagen in Detmold bij de audities voor de muziektheater voorstelling "Een dag in September". Acteurs, zangers, dansers, jongleurs, clowns. Ze kwamen wel met honderden, zingen, dansen en doen. Een meisje van 15 dat een Engelstalig liedje zong over een weggevreten kanker, een ander over iemand die ratten verjoeg uit een middeleeuwse stad. Een clown uit Zweden met een Russisch accent die het auditielokaal in een mum veranderde in de setting van een verjaardagsfeestje bij McDonalds. Een prachtige gekrulde bariton die zong over een oester die verzeild raakt in een gouden maag, alles heeft wat hij zocht en sterft. Een meisje danste een solo en verloor haar evenwicht maar dat hoorde erbij, zodat wij voor niets opsprongen. Twee straatmuzikanten zongen een liedje waarvan ik dacht: is dat niet van mij? Een jonge vrouw met vlechten zoals Romy Schneider ooit, betoverde ons met haar wonderlijk spel.

 

Dinsdagmorgen 10.15 uur

Een acteur leunt over de vleugel zoals je aan een late bar hangt: "Surabaya Johnny, warum bist du so roh, warum bist du nicht froh, ich liebe dich so. Du hast kein Herz, Johnny", kreunt, hijgt, schreeuwt een prachtige kale man uit Rostock. Een actrice speelt na Macky Messer een Joodse vrouw, die om te overleven in een concentratiekamp, gedwongen wordt te zingen voor een Duitse officier, een man die in zijn vrije tijd poppenspeler is. Het stuk waarmee ze auditeert is een fragment uit de muziektheatervoorstelling Getto, dat ik ooit in een bloederige enscenering van Peter Zadek zag. Een ravenzwarte man uit Zimbabwe danst op zijn eigen vuistslagen. Een fascinerende blondine uit de buurt van Stuttgart overtuigt met een waanzinnig lied uit de musical Sissi. Een man die een valse musette musiceert op een door een stofzuigermotor aangedreven accordeon en een liedje speelt voor zijn broer die soldaat is in Afganistan. Hij bidt en hoopt dat hij veilig naar huis mag komen. Een jonge actrice die zegt dat ze dood is en ons daarna vraagt, hoe het met ons gaat.

 

‘s Nachts in bed, zingen, spelen, dansen, spoken al die mensen door mijn kop als in een schilderij van Jeroen Bosch. Er wordt op de deur van mijn hotelkamer gebonsd. Iemand roept of ik de plaat van de "Phantom of the opera" wat zachter wil zetten.

Elf
maandag 6 oktober 2008

Elf

Moest ooit op de lagere school in het jaarlijkse kerstspel een kerstbal zijn.
Vond dat ongelooflijk stom.
Heb er alles aan gedaan om elf te mogen spelen.
Na veel gestampvoet en tranen is dat gelukt.
Kreeg vleugels van vitrage, strak gespannen in ijzerdraad.
Een wit pakje van kussenslopen aangemeten,
gestrooide kunstsneeuw in mijn krullen.
Mocht van engeltjes door het luchtruim zweven zingen
en van Glohohohohoria in Excelsis Deohohohohoho.
Ben na het kerstspel als elf naar bed gegaan.
En de volgende dag over de Decemberstraat
in mijn flinterdunne kerstkostuum naar mijn oma gewandeld.

 

"Eigenlijk," zo zei zij, "hebben elfen groene ogen.
Maar een elf met blauwe vind ik ook wel mooi."

 

In Ierland, las ik later toen ik groot was
dat elfen altijd op zoek zijn naar mensenkinderen
die ze mee kunnen nemen naar hun elfenrijk.
Op dat grote groene eiland zie je soms dat iemand op straat
een kruis slaat als hij een mens ontmoet met een groen en een bruin oog.
Want dat is, zo geloven zij, het bewijs
dat hij of zij als mensenkind
ooit in de handen van elfen is gevallen.
Gaat zo iemand met verschillend gekleurde ogen dood,
dan gaat hij niet naar de hemel of de hel
zoals de rest van ons, maar naar de verborgen elfenheuvels.
Dat wordt ook vandaag nog in deze internettijd door menig Ier geloofd.

 

Het lijkt mij wel wat, naar de elfenheuvels gaan.
Ik stel me elfen voor als ragfijne wezens
die verdwijnen en verschijnen waar en wanneer ze willen.
Elfen, voor wie materie lucht is, geluid een manier van reizen.
Licht iets is waarin je drijft. Adem is wat je drinkt.
Muziek is om in te geloven.

 

In de hemel zal ik niet komen net zo min als in de hel
omdat ik daar niet in geloof.
Maar die elfenheuvels, dat lijkt me wel wat.
Misschien moet ik op cursus.
Op cursus elfengeloofsles.

 

Heb al een beetje ervaring.

Over Carré
dinsdag 30 september 2008

Over Carré

Een korte speech ter gelegenheid van de opening van replica-Carré in Madurodam.

 

Je bent een Japanner,
je dribbelt met je fototoestel door Madurodam.
Je ziet een gebouwtje
Waarop met grote letters te lezen staat: Carré.
Het zegt je geen na ha ra ka.
Dat betekent moer in het Japans.
Het is een gebouwtje als de andere gebouwtjes.

 

Je bent een theater.
Je ziet een dribbelende Japanner
met een fototoestel voorbij komen.
Hij zegt je niets.
Hij is een voor jou onbekende.

 

Je zag de Japanner nooit voor de kassa staan
nooit op de wc zitten,
nooit in de parterre,
hij wachtte nooit
met bonkend hart in de gang
voor een kleedkamer
om een glimp van zijn favoriete artiest op te vangen.

 

In het gunstigste geval is de Japanner
een potentiële bezoeker.
Zoals een lichte vrouw in een venster, dus glimlach je met heel je gevel.

 

Het is in feite
niet anders dan met het verleden en de toekomst.

 

Wat het verleden en de toekomt met elkaar gemeen hebben
is onze verbeelding.

Carré heeft geen sjoege van Japanners,
Japanners geen sjoege van Carré.
Beide kunnen zich van elkaar nauwelijks iets voorstellen.

 

Carré is vooral ook wat er speelt,
wat er gespeeld is.

 

Het meeste is illusie.
Een illusie van steen en staal.
Betekenisloos
als je niet weet waarvoor het dient.

 

Wat zegt dat huisje je
als je er nooit
een goochelaar zag
die met een simpel gebaar
een olifant
voorgoed in zijn hoge hoed deed doen verdwijnen?
Of een mensleeuw
die met dolken
naar een mokkeltje met neptieten in badpak gooide
en haar maar
op het nippertje miste?

 

Wat zegt Carré je
als je er nooit als hooggeëerd publiek een acrobaat zag
die in een karpersprong met zijn leven speelde,
als je nooit tot op het bot verliefd was
op de juffrouw in de kassa?

 

Wat zegt het je
als je er nooit een zanger hoorde galmen
die ooit op dat toneel de remedie tegen al je kwalen was,
als je daar
om maar niets van het vertoonde te missen
tussendoor de aktes je bips niet veegde.

 

Wat zegt Carré je
als je er niet de muze van het vuur hebt horen kreunen,
je tussen de coulissen stond
en je je hele wezen voelde beven?

 

Niets.

 

Als je wilt weten
wie ze is,
hoe koninklijk
waarom en hoe ze zal zijn,
moet je een kaartje kopen.
Want dan zul je het pas weten van dit kleine Carré en het grote,
tot en met het streepje op de “e”.

 

Ik dank u wel en verklaar hierbij
dat het bijna is onthuld.